Lezing-084 - Liefde, kracht en sereniteit als goddelijke kwaliteiten en als vervormingen

2025-06-03 09:32

Highlights & Notes

Bij een gezond mens zijn deze drie principes naast elkaar en in volmaakte harmonie werkzaam en wisselen zij elkaar af al naar gelang de situatie.

Maar wanneer de persoonlijkheid vervormd is, sluiten zij elkaar uit. De ene is in tegenspraak met de andere en zo ontstaan er conflicten.

In een eerdere lezing ( Lezing 77 - Zelfvertrouwen) heb ik al over onderdanigheid, agressiviteit en afstandelijkheid gesproken. Dat zijn vervormingen van liefde, kracht en sereniteit. Nu wil ik er dieper op ingaan hoe deze vervormingen in de psyche tot stand komen, waarom je ze als een oplossing ziet en hoe de dominerende houding dogmatische, rigide normen creëert die vervolgens deel gaan uitmaken van het ideaalbeeld van jezelf.

Als kind krijgt de mens met teleurstellingen, hulpeloosheid en afwijzing te maken, zowel in werkelijkheid als in verbeelding. Deze veroorzaken een gevoel van onveiligheid en een gebrek aan zelfvertrouwen, dat hij probeert te overwinnen, maar helaas vaak op de verkeerde manier.

Een van de eigenschappen die als pseudo-oplossing gebruikt wordt, is liefde: ‘Als men maar van me zou houden, dan zou alles goed zijn.’

Hij probeert zichzelf steeds meer weg te cijferen om de liefde en bescherming te winnen waarvan hij denkt dat alleen díe hem van de vernietiging kunnen redden.

Hij snakt zo naar liefde dat hij zijn ziel verkoopt om goedkeuring, sympathie, hulp en liefde te krijgen.

Onbewust gelooft hij dat wanneer hij zichzelf, zijn wensen en behoeften doet gelden, hij het enige in het leven verspeelt dat voor hem waarde heeft, namelijk dat men voor hem zorgt als voor een kind, niet noodzakelijk in financieel opzicht maar emotioneel. Dus doet hij zich veel onvolmaakter, hulpelozer en onderdaniger voor dan hij is, wat natuurlijk oneerlijk is. Hij gebruikt het als een wapen, als middel om uiteindelijk in het leven te winnen en het onder controle te krijgen.

Om maar onbewust te kunnen blijven van zijn oneerlijkheid, idealiseert hij deze trekken zodat ze een onderdeel gaan vormen van zijn ideaalbeeld.

Er zijn heel wat facetten aan deze pseudo-oplossing en die moeten alle in het werk dat je doet worden ontdekt. Ze zijn echter moeilijk te ontdekken omdat het diepgewortelde houdingen zijn. Ze zijn een tweede natuur geworden.

Bovendien kun je ze dikwijls rationaliseren met schijnbaar echte behoeften. En wat zeker zo belangrijk is: ze worden altijd doorkruist door tegengestelde neigingen van andere pseudo-oplossingen die ook altijd aanwezig zijn, hoewel misschien niet zo overheersend.

Iemand bij wie onderdanigheid overheerst, zal iets meer moeite hebben de trots te ontdekken die in deze houding besloten ligt.

Zo voelt hij zich trots op zijn zelfópofferend martelaarschap, en alleen een oprecht inzicht in de ware aard van deze motieven brengt het egoïsme en de egocentriciteit aan het licht die net zozeer aan deze houding als aan de andere ten grondslag liggen. Vormen die houdingen een onderdeel van het ideaalbeeld, dan is er altijd sprake van trots, hypocrisie en pretenties. Het onderdanige type zal meer moeite hebben de trots te ontdekken, terwijl het agressieve type meer moeite zal hebben zijn pretenties te ontdekken. Want hij pretendeert ‘eerlijk’ te zijn in zijn meedogenloosheid, cynisme en najagen van eigen voordeel.

De behoefte aan beschermende liefde heeft voor een kind een zekere geldigheid maar niet meer voor een volwassene.

Allereerst maakt die behoefte aan liefde en afhankelijkheid hem hulpeloos. Hij kweekt niet het vermogen om op eigen benen te staan; in plaats daarvan gebruikt hij al zijn geestkracht om naar zijn ideaalbeeld te leven teneinde anderen te dwingen aan zijn behoeftes tegemoet te komen. Met andere woorden, hij past zich aan anderen aan opdat anderen zich aan hem zullen aanpassen; hij onderwerpt zich om te overheersen, hoewel een dergelijke overheersing zich altijd in zwakke hulpeloosheid uit.

Geen wonder dat iemand met een dergelijke houding van zijn ware zelf vervreemd raakt. Hij moet zijn ware zelf ontkennen want het lijkt brutaal en agressief om het te doen gelden. Dat moet koste wat kost worden vermeden. Maar door die ontkenning van zichzelf verlaagt hij zichzelf, waardoor hij zichzelf minacht en verafschuwt. Dat is natuurlijk niet alleen in tegenspraak met zijn ideaalbeeld, waar zichzelf wegcijferen de hoogste deugd is, maar ook pijnlijk, en daarom moet het op anderen geprojecteerd worden.

Die gevoelens van minachting en afkeer jegens anderen zijn echter ook in tegenspraak met de normen van het ideaalbeeld, dus moeten ze verborgen worden. Door zowel zijn ware zelf als zijn minachting voor anderen te verbergen, speelt hij dubbel verstoppertje en dat heeft ernstige gevolgen onder andere allerlei fysieke symptomen.

Dit is een vervorming van de goddelijke eigenschap.

Oppervlakkig gezien ziet dat er wel erg heilig uit maar het is slechts een karikatuur van echte liefde, begrip, vergevensgezindheid enzovoort. Het gif van het motief erachter vervormt en vernietigt wat echt kon zijn.

Tot de tweede categorie behoort degene die naar macht streeft, naar onafhankelijkheid van anderen, omdat hij denkt dat daardoor al zijn problemen opgelost worden.

Hier denkt het opgroeiend kind dat het alleen veilig is, wanneer het maar zo sterk en onkwetsbaar, zo onafhankelijk en gevoelloos wordt dat niets en niemand hem nog kan raken. Dus verdringt hij alle menselijke emoties.

Iemand die op macht uit is, zal wedijveren en proberen beter te zijn dan ieder ander. Iedere competitie van anderen wordt als een aantasting van de verheven speciale positie gezien, die hij nodig heeft voor zijn persoonlijke oplossing.

Hij kweekt een kunstmatige hardheid die even onecht is als de hulpeloze zachtheid van het onderdanige type. Hierin is hij even oneerlijk en hypocriet, omdat ook hij menselijke warmte en genegenheid nodig heeft. Ook hij lijdt onder zijn isolement. Het feit dat hij dit niet toegeeft, maakt hem even oneerlijk als de andere types. Zijn ideaalbeeld eist van hem dat hij bijna goddelijk volmaakt is in onafhankelijkheid en kracht. Hij gelooft dat hij niemand nodig heeft, dat hij zich zelf van alles kan voorzien.

De trots in dit beeld is heel duidelijk, maar de oneerlijkheid zal moeilijker te ontdekken zijn, omdat dit type zich verbergt achter de rationalisatie dat al die heilige boontjes hypocriet zijn.

Deze emotionele reacties zijn zo subtiel, zo moeilijk te vatten, zo verborgen achter wat je verstandelijk weet, dat je wel heel goed naar bepaalde gevoelens en gebeurtenissen moet kijken om dit gewaar te worden. Alleen door eraan te werken kun je zien van welke houding bij jou sprake is. Dat is natuurlijk gemakkelijker vast te stellen wanneer één houding overheerst, maar in de meeste gevallen is er sprake van verschillende, elkaar doorkruisende houdingen die ook nog verborgen zijn, en dat maakt ze moeilijker te onderscheiden.

Nog een symptoom van het agressieve type dat denkt dat macht de oplossing is, is de kunstmatig gekweekte opvatting: 'In werkelijkheid zijn de wereld en de mensen slecht.' Daarvoor zal hij heel wat bevestiging vinden. Maar hij gaat prat op zijn ‘objectiviteit’, zijn ‘gezonde verstand’ als reden voor het feit dat hij niemand aardig vindt. Het is een van de voorschriften van zijn ideaalbeeld dat hij niet mag liefhebben. Als hij dat wel doet, of als bij tijd en wijle zijn ware aard bovenkomt, is dat een grove schending van zijn ideaalbeeld en schaamt hij zich ervoor.

Omgekeerd gaat het onderdanige type er prat op dat hij van iedereen houdt, alle mensen als goed ziet, want dat moet hij wel, wil hij zijn onderdanige houding volhouden. In werkelijkheid kan het hem niet schelen of anderen goed of slecht zijn, als ze hem maar liefhebben, waarderen en beschermen.

Iemand die naar macht streeft, mag nooit falen. In tegenstelling tot het onderdanige type, dat prat gaat op zijn mislukkingen waarmee hij zijn hulpeloosheid bewijst en anderen dwingt van hem te houden en hem te beschermen, gaat het machtstype er prat op dat hij nooit faalt.

Daarom zijn beide ‘oplossingen’ een voortdurende bron van pijn en desillusie voor jezelf en laten ze weinig heel van je zelfrespect.

Zoals ik al zei, al deze ‘oplossingen’ komen in één persoon voor, hoewel één oplossing kan overheersen. Door die verschillende oplossingen kun je geen van je eigen voorschriften recht doen. Het is al onmogelijk nooit te falen of van iedereen te houden of geheel onafhankelijk van anderen te zijn, maar het is helemaal onmogelijk wanneer je ideaalbeeld tegelijk van je eist dat je van iedereen houdt en iedereen van jou én dat je iedereen de baas bent.

Je ideaalbeeld kan tegelijkertijd van je eisen

  • dat je nooit aan jezelf denkt, om liefde te krijgen;

  • dat je altijd aan jezelf denkt om macht te krijgen; en

  • dat je totaal onverschillig bent en boven alle menselijke emoties staat om niet gestoord te worden.

Kun je je voorstellen wat een conflicten dit in de ziel veroorzaakt? Hoe verscheurd moet die niet zijn! Wát je ook doet, het is verkeerd en roept gevoelens van schuld, schaamte en ontoereikendheid op en dus frustraties en minachting voor jezelf.

Laten we nu naar de derde eigenschap, namelijk sereniteit, kijken. Ook die wordt als oplossing gekozen en als zodanig vervormd. Aanvankelijk kan iemand zich zo tussen de eerste twee aspecten verscheurd voelen dat hij een uitweg zoekt door zich van zijn innerlijke problemen terug te trekken en daarmee van het leven zelf. Dat wil zeggen dat hij achter zijn afstandelijkheid of achter zijn valse sereniteit nog steeds innerlijk wordt verscheurd maar daarvan is hij zich niet bewust.

Het type dat zich terugtrekt en het type dat naar macht streeft schijnen iets gemeen te hebben. Zij stellen zich beide boven gevoelens, hechten zich niet aan mensen en hebben een sterke drang naar onafhankelijkheid.

Het machtstype is trots op zijn vijandigheid en agressieve vechtlust. Het afstandelijke type is zich dergelijke gevoelens helemaal niet bewust en wanneer ze bovenkomen is hij geschokt omdat ze de voorschriften van zijn ideaalbeeld schenden. Die voorschriften houden in dat hij welwillend en afstandelijk naar alle mensen kijkt, hun zwakheden en goede eigenschappen kent maar er niet door wordt aangedaan. Als dat waar zou zijn, zou hij inderdaad sereen zijn. Maar geen mens is ooit zo ver. Dus zijn dergelijke voorschriften even irreëel en evenmin te verwezenlijken. Ook hier is sprake van trots en hypocrisie.

Dat veroorzaakt net zoveel minachting voor zichzelf, net zoveel schuldgevoelens en frustraties als bij de andere typen wanneer die niet aan hun normen kunnen voldoen.

Deze drie hoofdtypen zijn hier heel kort en algemeen geschetst. Vanzelfsprekend bestaan er vele variaties. Hoe je ideaalbeeld je tiranniseert is afhankelijk van de kracht, de intensiteit en de verdeling van deze ‘oplossingen’. Dat moet je in je werk uitvinden. Vergeet nooit dat het nauwelijks voorkomt dat bij iemand over de hele linie alleen sprake is van één houding.

Het belangrijkste deel van dit werk is deze emoties ook werkelijk te beleven. Je kunt je onmogelijk van je ideaalbeeld, dat je leven belemmert, ontdoen als je alleen op een afstandelijke manier, alleen met je verstand kijkt naar wat er in je is. Je moet je al deze vaak tegenstrijdige neigingen scherp bewust worden en dat is pijnlijk. Je gaat de pijn voelen die altijd al in je was, maar die je wegstopte en waartegen je je ‘beschermde’ door hem op anderen, het leven en het lot te schuiven. Die pijn wordt een bewuste ervaring waar je absoluut mee aan het werk moet.

Dus vrienden, ga je emoties in dit licht zien. Dan zul je merken welke onmogelijke eisen je ideaalbeeld aan je stelt. Je zult zien dat jouw ideaalbeeld van jezelf, en niet God of het leven, niet andere mensen, dit alles van je eisen.

Je zult begrijpen dat je veel van deze moeilijkheden - zoniet alle - juist door je ‘oplossing’ geschapen hebt.

Het is niet voldoende alleen verstandelijk te begrijpen dat hoe meer je in je pseudo-oplossingen verstrikt bent, hoe minder je ware zelf naar buiten kan komen. Dat moet je ook ervaren. Je ervaart het wanneer je je emoties laat bovenkomen en ermee werkt.

Je hecht waarde aan eigenschappen die je niet bezit, maar denkt te moeten hebben, en dus wend je jezelf en anderen voor dat je ze bezit. Of je concentreert je op eigenschappen die wel in aanleg in je aanwezig zijn, maar die je nog niet zo ontwikkeld hebt dat je er terecht waarde aan kunt hechten. Aangezien je door je ideaalbeeld niet kunt toegeven dat deze eigenschappen nog ontwikkeld moeten worden, ontwikkel je ze niet en doe je net of ze al gerijpt in je aanwezig zijn. Omdat je je zo ingespannen op je valse waarden concentreert, zie je niet wat echt waardevol in je is. En omdat je dat niet kunt zien, ben je bang je valse waarden los te laten, want dan lijk je niets meer over te houden.

Juist doordat je een ideaalbeeld hebt gefabriceerd waaraan je tracht te voldoen, kun je niet zien welke eigenschappen het echt waard zijn te accepteren en erin te geloven. Het is eerst pijnlijk aan dit hele proces te beginnen, daar de gevoelens van angst, frustratie, schuld, schaamte enzovoort, echt doorleefd moeten worden. Maar naarmate je moedig verder gaat, ga je heel anders naar alles kijken. En wat het belangrijkste is: je gaat je ware zelf zien, voor het eerst. Je ziet ook je eigen beperkingen en het is een schok die beperkingen die mijlenver van je ideaalbeeld zijn verwijderd te moeten aanvaarden. Maar als je dit leert, ga je waardevolle eigenschappen zien die je nooit echt gezien hebt. En een gevoel van kracht en zelfvertrouwen doet je heel reëel en anders naar het leven en jezelf kijken.

Tot dusverre was het oordeel van anderen over jou zo belangrijk omdat je jezelf niet op waarde schatte, zodat het een vervangingsmiddel werd.

Maar als je jezelf gaat vertrouwen en aardig gaat vinden, maakt het lang niet meer zoveel uit wat anderen van je denken. Je hebt een veilige basis in jezelf gevonden en hoeft niet langer uit trots en pretenties een onecht gevoel van eigenwaarde te creëren.

Maar, vrienden, het gaat langzaam en niet van de ene dag op de andere. Je wint die vrijheid alleen door een gestaag zelfonderzoek waarin je je problemen, houdingen en emoties betrekt. Als je dat doet, ontplooit je ware zelf zich met zijn echt waardevolle eigenschappen in een proces van natuurlijke innerlijke groei.

Zo maak je het beste van je leven. Niet zonder fouten, niet zonder falen maar je maakt andere fouten en faalt op een heel andere manier dan voorheen. In steeds grotere mate verenig je de goddelijke eigenschappen liefde, kracht en sereniteit in jezelf en wel op een gezonde manier en niet op een vervormde.

Liefde: Je communiceert vol liefde en begrip in gezonde onderlinge afhankelijkheid maar tegelijkertijd ben je echt onafhankelijk omdat liefde, kracht en sereniteit niet meer je gebrek aan zelfrespect moeten vergoeden.

Kracht: Wanneer je op een gezonde manier je kracht gebruikt om situaties meester te worden, doe je dat om te groeien. Wanneer je dan op een bepaald gebied de situatie niet meester bent, is dat niet meer zo bedreigend als in het andere geval.

Sereniteit: Wanneer je werkelijk sereen bent, vermijd je geen ervaringen en emoties die op het moment zelf pijnlijk kunnen zijn, maar je een belangrijke sleutel in de hand kunnen geven wanneer je de moed opbrengt om erdoorheen te gaan en uit te zoeken wat erachter ligt.


Wanneer je de symbolische betekenis van een dwang om dingen te kopen gaat analyseren, zul je zien dat het een hebzucht vertegenwoordigt. Dit kan komen door een vervorming van het vermogen om te hebben en te bezitten. Het kan komen door een vervorming van liefde: 'Als ik geen liefde kan krijgen, wil ik iets daarvoor in de plaats hebben.'

De dwang om te eten kan soortgelijke wortels hebben. Het kan ook een vervanging zijn voor de frustratie van het niet in staat zijn om het plezier te krijgen waar je zo vreselijk naar verlangt. Dit gewenste plezier bestaat als gevolg van de verkeerde pogingen om het leven op te lossen. Als de gevolgen van deze pogingen en vervormde innerlijke houdingen voldoende worden onderzocht, zul je tot de ontdekking komen dat zij juist de dingen die je wilt bereiken, verhinderen. Wanneer dit eenmaal wordt ingezien, zal de vervanging met zijn dwingende aard minder worden naarmate je innerlijk de oorzaak en het gevolg begrijpt.

Je moet niet denken dat het de gedachtevormen zijn die verstorend werken. Ze bestaan. Maar de feitelijke verstoring komt voort uit de verkeerde innerlijke houding. Je eigen vervormde gedachtevormen en die van andere mensen kunnen alleen maar je onderliggende problemen naar buiten brengen – en dat is goed.


Lees de volledige lezing hier