Highlights & Notes
[Over de mens], hij kan alleen in zichzelf de heel specifieke zin en het doel van zijn leven en de persoonlijke taken die hij te vervullen heeft, leren kennen.
Wie echter steeds weer overweldigd wordt door de indrukken van deze aardse wereld, hem ontgaat de diepere zin; hij leeft het ene leven na het andere zonder vooruit te komen, om steeds maar weer met hetzelfde doel te worden geboren. De geest weet dat dit het gevaar van het aardse leven is.
De moeilijkheden op aarde worden voor het grootste deel door de materie, met alles wat daarbij hoort, bepaald. Aan de ene kant omdat de herinnering, die men zich door inspanning juist weer moet verwerven, vervaagt, aan de andere kant omdat de materie zoveel verlokkingen kent.
Daarom weten de geesten die op het punt van incarneren staan, dat je dingen nodig hebt, die je wakker schudden, zodat je juist niet aan de stof en alles wat daarmee samenhangt, gehecht blijft. Vandaar dat een geest die gaat incarneren, kan zeggen: “Ik vraag jullie om mij te helpen, niet alleen met kracht en leiding. Maak ook dat het lot mij op de een of andere manier treft wanneer duidelijk wordt dat ik mijn opdracht niet geheel vervul."
Het is zelfs dikwijls zo, dat een zeer eerzuchtige, voorwaarts strevende geest zelfs om een zwaar lot kan vragen, omdat hij, niet bevangen door de stof, begrijpt dat dit leed zo weinig betekent en zo kort duurt in verhouding tot wat er kan worden bereikt. Dat moet jullie allemaal te denken geven.
Wanneer nu het leven voorbij is, en de geest het stoffelijk omhulsel afwerpt, en hij moet dan concluderen dat hij niet alles heeft volbracht wat hij zich had voorgenomen, dan wordt het heel vaak zo geregeld dat hem als geest alsnog de mogelijkheid wordt geboden om dit voorbije aardeleven geheel in vervulling te doen gaan en taken waar hij aan begonnen was, af te maken of eventuele nog drukkende lasten op te ruimen.
Het is echter moeilijker omdat de mogelijkheden om je wil door te zetten en invloed uit te oefenen veel kleiner zijn.
In de mate waarin de mens zijn zwakheden overwint, de geestelijke wetten in zichzelf waar maakt en leert liefhebben, in die mate zal hij ook naar medemensen toe geleid worden, daar waar híj weer nodig is. Dit is een nooit falende wetmatigheid. Het is een indirecte werking maar het resultaat zal altijd, voor iedereen, na enige tijd zichtbaar worden. Maar als geest kan hij dat niet, want de meeste mensen zijn niet ontvankelijk voor de inspiratie van de geesten.
Dikwijls heeft hij voor dit doel dan toch nog een ander, extra aardeleven nodig.
Voor dit alles, lieve mensen, is wilskracht nodig. Vele vrienden zullen nu zeggen: “Dit is allemaal mooi en aardig, maar de een is met een grote portie wilskracht geboren, de ander niet. Hoe moet hij het dan doen, als hem die wilskracht niet is meegegeven?” Daarover zou ik het nu ook willen hebben. Ook de wilskracht, net als elk ander kenmerk, moet door iedereen zelf voortgebracht en opgebouwd worden. En het kan alleen maar op die manier.
De wilskracht is een direct resultaat van het inzicht, het weten en de daarmee overeenstemmende beslissing. Want ieder mens bezit een zekere hoeveelheid kracht, en het hangt alleen van hem zelf af in welke banen hij deze kracht leidt.
Nu is er ook een geestelijke wet die zegt dat de kracht die aan, in geestelijk opzicht, positieve doeleinden wordt besteed steeds weer vernieuwd wordt. Maar wanneer de krachten zich in negatieve kringlopen of, in geestelijk opzicht, in niet-productieve stromingen draaien, sorteren ze geen effect en verspillen ze zichzelf, omdat ze niet of niet genoeg vernieuwd kunnen worden.
De eerste stap bij het ontwikkelen van wilskracht is dus: het op de juiste wijze overdenken, of zoals jullie ook wel zeggen, mediteren. Want wie zich bepaalde inzichten verwerft, die zal het makkelijker vinden om innerlijk de daarmee overeenkomende consequenties te trekken en de daaruit voortvloeiende beslissingen te nemen.
Als de mens dit eenmaal besluit en zich daar dan ook aan houdt, wat voor niemand te moeilijk of teveel is, dan zal ook de geestelijke wereld helpen, zodat de wilskracht steeds meer gestaald wordt, met als gevolg dat de volgende en echt moeilijker stappen in de ontwikkeling dan veel makkelijker zullen schijnen, dat kan ik jullie beloven, vrienden, en menigeen heeft dit in zijn leven al bevestigd gevonden. En zo zal zelfs diegene aan wie het aanvankelijk aan wilskracht ontbrak, na verloop van tijd net zoveel wilskracht hebben als diegenen die daarmee al werden geboren.
Samenvattend is het dus zo: Het verkrijgen van wilskracht moet in eerste instantie via de weg van het inzicht gaan en in tweede instantie via het nemen van het daarbij passende besluit. Wie dus voelt dat hij niet voldoende wilskracht heeft, die mist voldoende inzicht in waar het om gaat.
Hij zal ergens wel een vaag begrip hebben, maar het is nog niet volledig tot in zijn ziel doorgedrongen, misschien omdat er iets in hemzelf is dat zich daartegen verzet, dat zich weer aan de makkelijke weg zonder zelfoverwinning vastklampt. Deze mens is dan in tweestrijd met zichzelf, het ene deel van zijn persoonlijkheid bezit enige kennis van het geestelijke, maar het andere deel maakt niet de noodzakelijke gevolgtrekkingen uit wat hij “ergens weet”, hij wil helemaal niet dat het waar is. Daarom is de eerste stap het verdiepen van deze oppervlakkige kennis, om te beginnen daaraan te werken, opdat het inzicht de hele persoonlijkheid doordringt.
En als hij dat doet – en dit kan hij als hij zich wat moeite getroost en de tijd neemt – dan zal hij ook absoluut een dienovereenkomstig besluit nemen en de wil hebben om zijn leven en zijn krachten op het geestelijke te richten, in het besef en met het volle begrip dat juist alleen op die manier ook de aardse problemen opgelost kunnen worden, en alleen daardoor. En daarmee ontwikkelt de mens de grootste kracht in zichzelf, zodat alle volgende stappen op deze weg steeds makkelijker voor hem zullen zijn. Bij alles is het begin altijd het moeilijkst.
Geloven jullie ook niet dat men werkelijk niet teveel van jullie vraagt, elke dag dit beetje tijd en moeite op te brengen, om je zelf op die punten, waar dat juist lijkt te ontbreken, te onderzoeken, je geestelijke leven op de juiste manier vorm te geven. En als de wilskracht daartoe ontbreekt en het daarom zo moeilijk is om deze discipline op te brengen, dient het eerste onderwerp, waarmee jullie je in deze dagelijkse uren van bezinning bezig moeten houden, te zijn het leggen van dit noodzakelijke fundament, waarop vervolgens jullie geestelijke huis kan worden gebouwd. Jullie moeten wat dit betreft om hulp, kracht en inzicht vragen.
Jullie moeten jezelf daarover ook eerlijk vragen stellen en alle eventuele dekmanteltjes en voorwendsels opzij schuiven. Zijn jullie soms bang om bij dit onderzoek op iets te stuiten, dat jullie liever verborgen zouden willen houden?
Wanneer deze aanvankelijke moeilijkheden overwonnen zijn en jullie jezelf, tenminste in dit opzicht, al een beetje in de hand hebben, dan zal de geestelijke wereld jullie telkens laten zien wat de volgende stap op je weg is, waar nu aan gewerkt moet worden en wat nu moet worden bevochten. Het leven zal het jullie aandragen en wanneer jullie de juiste meditatie hebben geleerd, zullen jullie het gewone dagelijkse leven, met alles wat het jullie brengt, met open ogen tegemoet treden en er naar kijken, zodat jullie de tekenen dan begrijpen.
Jullie mogen met recht zeggen dat geen geest, maar alleen God alwetend is. Maar het verschil tussen een geest die een plaats heeft in de goddelijke orde en een die daar helemaal niet toe behoort, is dat de eerste niet over iets zal spreken waar hij niets van af weet, of waar hij niet helemaal zeker van is. Voor zo'n geest is 'indruk maken' niet belangrijk meer; hij moet daarvoor voldoende gelouterd zijn, zodat hij ook rustig kan zeggen "daar begrijp ik niets van, dat is mijn vakgebied niet". Hij moet echter voor de taak, waarvoor hij uitgekozen wordt, precies onderwezen worden en zelfs naar school gaan. De goddelijke wereld is een wereld van orde, waarvan jullie mensen op jullie aarde nooit enig begrip zullen kunnen hebben.
Anderzijds zijn er weliswaar ook geesten die geen plaats in de goddelijke orde hebben, die van goede wil zijn en de mensen soms ook mooie, goed bedoelde woorden kunnen brengen, maar ze weten niet genoeg, je kunt niet van ze op aan, niet alleen wat hun kennis betreft, maar ook vanwege hun ijdelheid, die nog voldoende sterk in hen aanwezig is, om hen te hinderen toe te geven, dat ze iets niet weten. Een geest die in een bepaald opzicht God al ziet en het goede wil, kan om een bepaalde reden, misschien vanwege een eigenzinnigheid, een vooroordeel of om andere redenen, geen plaats in de goddelijke orde hebben gekregen en hij manifesteert zich bij een medium die een zelfde instelling als hijzelf heeft, zodat er geen goddelijke controle is. Jullie dienen echter te leren hoe je het verschil kunt vaststellen.
Jullie moeten enerzijds onderscheid maken tussen talent, kunst, Gods genade, een geschenk uit de hemel, die de mens voor dit leven (of voor verscheidene levens) wordt meegegeven; talent is dus een geschenk, het kan niet door hard werken verkregen worden. Anderzijds moet iedere karaktereigenschap wel altijd verworven worden en is in die zin geen geschenk, integendeel.
Wanneer een mens misschien meer liefde, meer verdraagzaamheid dan een ander heeft, dan is dat ook niet een geschenk of een talent, dat er eenvoudig 'is', integendeel, dat heb jij je in een vorig leven verworven of bevochten, net zoals er nog andere dingen blijven die nu nog verworven moeten worden.
VRAAG: Wanneer bijvoorbeeld een geest om een zwaar lot voor het leven op aarde vraagt, om zich sneller te kunnen ontwikkelen, en hij gaat zich dan tegen zijn lot verzetten, dan vervult hij zijn taak toch niet. Wat heeft het dus voor zin om zo'n zwaar lot te vragen, als door het verloren gaan van de herinnering de mogelijkheid bestaat dat hij het tevergeefs moet dragen?
Bij ieder leven bestaat de mogelijkheid dat het niet vervuld wordt, of een lot nu alleen uit ijver zwaarder en zelf gekozen is of niet. De mogelijkheid van stilstand bestaat. Zo'n zwaar lot is ook vaak een afbetaling en dient niet uitsluitend voor de hogere ontwikkeling zelf. Natuurlijk ligt de hogere ontwikkeling ook al in deze afbetaling besloten, maar als een wezen nu bepaalde moeilijkheden draagt, zelfs als het nog niet zo erg heeft geleerd om deze op de juiste manier te dragen, dan wordt daarmee al veel goedgemaakt.
Verder wordt niet aan iedere geest zo'n zwaar lot vergund als deze in een soms al te grote ijver voor zichzelf uitzoekt. De goddelijke geesten aan wie deze taak is toevertrouwd, kunnen beoordelen of een geest al voldoende kracht bezit om een en ander goed te kunnen doorstaan, en als dat niet het geval is wordt zo'n geest afgeraden om zo'n zwaar lot te dragen, en het wordt hem soms zelfs geweigerd.
Lees de volledige lezing hier