Lezing-002 - Besluiten en beproevingen

2025-03-14 20:41

Highlights & Notes

De liefde voor God, het verlangen naar God is de stuwende kracht in ieder mens en zelfs degenen die God nog niet hebben gevonden of denken dat ze niet in God geloven, ook bij hen zijn deze sterke stromen in de ziel aanwezig. Wie deze hele ommekeer in zijn geestelijke ontwikkeling eenmaal ervaart, God bewust ziet, die zou ik willen zeggen treedt een nieuw leven binnen. Dit kan zich ook in één en dezelfde incarnatie afspelen. Wie door deze poort heengegaan is, zal al in een lichtere wereld leven maar er zijn nog veel meer poorten die hij moet passeren.

Voor de meeste mensen is dit leven op aarde hoe dan ook onbegrijpelijk. Ze kunnen de zin en het doel ervan niet onderkennen omdat ze alleen datgene zien wat ze met hun aardse ogen kunnen bevatten, ze kunnen hun zielenoog nog niet in hun bewustzijn brengen. Daarom lijkt alles voor hen zinloos, hun verdriet, hun beproevingen, de eenzaamheid en vele andere dingen.

Pas wie begrepen heeft dat dit leven één van de vele leerperioden is, één schakeltje in een lange keten zal eerst slechts een vermoeden van de verbanden hebben en ze dan vervolgens steeds vollediger begrijpen zodat hij zijn geluk in dit leven niet meer zal zoeken in de onmiddellijke vervulling van elke wens maar het gericht zijn op het geheel als doel zal hebben.

De een laat het op zijn beloop en moet misschien om iets te kunnen overwinnen of volbrengen vele, vele keren opnieuw worden geboren om telkens weer hetzelfde te ervaren.

De aardse en geestelijke problemen zijn immers heel nauw met elkaar verbonden en een aards probleem is juist de uitdrukking van een specifiek geestelijk probleem. Het verschil zit ‘m alleen daarin dat de oplossing van een probleem vanuit een ander gezichtspunt wordt gezocht. Alleen wie het probleem geestelijk oplost, kan het pas werkelijk in aardse zin oplossen.

De verworven kennis moet steeds persoonlijk worden toegepast, verwerkt en ten nutte gemaakt, in zichzelf opdat er een harmonie ontstaat. Om dus werkelijk vooruitgang te boeken moet je het van twee kanten aanpakken: je moet steeds in die mate opnieuw kennis van buitenaf tot je nemen, waarin je het voorafgaande al verwerkt en in jezelf opgenomen hebt; het mag nooit theorie blijven, het moet dagelijkse praktijk worden die in je persoonlijke leven wortel schiet.

Je moet met jezelf aan de slag gaan, je moet jezelf op de proef stellen, je moet het overwinnen van jezelf wat in het begin vaak heel moeilijk is ten uitvoer brengen, alles wat zo vleiend is en wat de mens zichzelf zo graag wijsmaakt afleggen om het opnieuw te bezien.

Telkens wanneer we het weer over de geestelijke vooruitgang van de mens hebben, wordt daarmee bij iedereen toch iets heel individueels bedoeld.

Waar zijn mij bepaalde dingen in mezelf nog niet echt duidelijk?’ Met deze zelfonderzoeken moet de mens eigenlijk steeds doorgaan.

Mensen zeggen vaak tegen zichzelf: ‘Tja, ik wil best geloven dat zo’n verbinding met de goddelijke wereld mogelijk is maar wat moet ik ermee? Waar heb ik hem voor nodig?’ Ik zou hierop willen zeggen: zo’n contact kan dat ene deel geven dat voor een verdere ontwikkeling nodig is, namelijk het opnemen van kennis van buitenaf. Verder geeft het aanwijzingen en hulp en is het een richtingaanwijzer bij het zoeken, vinden en het innerlijk toepassen van het uiterlijke weten, dus het tweede deel dat nodig is voor de ontwikkeling. Voor die ontwikkeling heeft de mens steeds weer aanmoediging, kracht en zegen nodig, afgezien van die heel concrete hulp en ook dat kan hem hier worden gegeven.

Het is vaak zo dat juist de mens die werkelijk vervuld is van de drang om het goede te doen, die werkelijk graag rechtvaardig wil zijn ervoor terugschrikt om iets te doen wat God onwelgevallig zou kunnen zijn, uit angst om het verkeerde te doen, en op die manier doet hij vaak helemaal niets. En daarbij begrijpt hij niet dat hij ook door geen besluit te nemen een besluit neemt en dit moet op de een of andere manier ook zijn uitwerking hebben omdat de wereld en dat wat jullie tijd noemen niet stil staat.

Wanneer de mens voor het nemen van besluiten terugschrikt, betekent dit dat hij in zijn eigen ziel een of andere sleutel nog niet heeft gevonden. Hij leeft daar misschien zonder zich dat altijd bewust te zijn in een angst, hij stuurt zijn levensbootje niet en gelooft en hoopt op die manier – ook dikwijls weer onbewust – dat God of het lot hem het nemen van beslissingen uit handen neemt.

In het algemeen mag de goddelijke wereld niet ingrijpen omdat de mens dat onder andere juist moet leren.

Hij moet leren een situatie, ook al is die vaak gecompliceerd, in zijn geheel in ogenschouw te nemen met alles wat er voor hemzelf en voor anderen aan vast zit. Hij moet leren om door het oplossen van zulke onopgeloste problemen daar het maximum voor zijn geestelijke ontwikkeling en zuivering uit te halen. Dit alles betekent dat het nodig is om een probleem aan te pakken in plaats van het uit de weg te gaan, het van je weg te duwen, er struisvogelpolitiek mee te bedrijven.

Het is één ding om het nemen van een besluit uit te stellen, alles wat daarmee samenhangt toe te dekken en verder geen aandacht aan dit probleem te schenken, en een ander om te proberen de waarheid te vinden en welbewust voorshands te besluiten om nog geen besluit te nemen totdat je met de grootst mogelijke inzet in staat bent om een juiste beslissing te nemen die, als deze werkelijk juist is, geen twijfel in je binnenste zal achterlaten en op die manier in de ziel een steeds grotere innerlijke vrede en harmonie tot stand zal brengen. Alleen op die manier word je kapitein op je levensboot.

De mens kan achter de zuivere waarheid van een situatie en de daarmee verbonden voor hem juiste wijze van handelen komen maar alleen dan wanneer hij alle dekmanteltjes van zelfvleierij wegdoet en ook alles wat zijn gemakzucht, de weg van de minste weerstand voedt.

Hij kan het wel maar natuurlijk niet zonder zich in te spannen en werkelijk te willen en te volharden. En wanneer een mens een heel leven leeft waarbij hij beslissingen die hij kan nemen niet neemt, dan heeft dat reacties en kettingreacties tot gevolg en ontstaat daaruit een geestelijke vorm waarmee hij is getekend, en het zal in het volgende leven des te moeilijker zijn om deze knoop te ontwarren en het ‘kunnen besluiten’ te leren.

Jullie moeten je geluk zelf opbouwen door te leren de geestelijke wetten in hun volle omvang na te leven, zonder dat kom je niet verder.

  • VRAAG: Als de mensen nu zo hun eb- en vloedtijden hebben, is het dan altijd zo dat bij de ebtijden de geestelijke bescherming je verlaten heeft?

Dat is zeker dikwijls zo. Wanneer jullie je tijd met beproevingen hebben, moeten jullie leren om dat wat je te bereiken hebt eerst met de bescherming te bereiken. Dan trekt deze bescherming zich wat terug en zijn jullie aan jezelf overgeleverd, staan jullie om het zo te zeggen even ver af van de goddelijke als van de duistere machten en moeten jullie zo laten zien dat jullie met je wil de juiste dingen doen. En dan, wanneer jullie dat geleerd hebben, worden deze duistere machten voor een tijd zelfs heel dicht in jullie buurt gelaten (maar de goddelijke bescherming waakt steeds op een afstand en ziet er op toe dat alles goed verloopt) opdat jullie je nog beter kunnen beschermen. Pas dan zijn jullie zo sterk dat God zich op jullie kan verlaten, pas dan kunnen jullie er werkelijk zeker van zijn dat jullie op de desbetreffende zwakke punten waarvoor deze beproevingen juist nodig waren meester over jezelf zijn geworden. Dit is de gang der dingen en de perioden waarin jullie aan je zelf zijn overgeleverd, respectievelijk waarin het duistere in jullie buurt kan komen, vallen altijd in die tijden die jij met eb aanduidt.

Ik wil hier ook nog opmerken dat wanneer deze duistere geesten bij jullie in de buurt komen, het altijd de specialisten van dat ogenblik zijn – want de duistere wereld heeft, net zoals de goddelijke wereld haar specialisten – die net zulke fouten hebben als ieder van jullie persoonlijk. Een duistere geest kan nooit de macht over jullie krijgen waar jullie deze overeenkomstige eigenschap niet bezitten en jullie hem niet toestaan om heer en meester over je te worden.

Wanneer je in zo’n periode bent en dit zware gevoel niet weggaat, dan is dat vaak een teken dat je het heel bijzondere van deze beproeving nog niet hebt beseft, of dit bijzondere nu iets nieuws of al iets bekends voor je is. Want steeds wanneer je beseft wat de diepere reden voor een beproeving is – en iedere moeilijke tijd is zo’n zware beproeving – dan zal alleen al doordat je ten volle beseft wat het met deze beproeving te maken heeft, automatisch het zware voor een groot deel wegtrekken.

Het is ook niet zo dat in elke tijd van beproevingen alle fouten en zwakheden aan de beurt kunnen komen, het zijn telkens steeds maar bepaalde en dan wordt er in de volgende fase weer op iets anders overgestapt enz. tot er weer van voren af aan begonnen wordt om op die manier dat wat er al tot op zekere hoogte is bereikt te verdiepen en te consolideren.

Het leven brengt van buitenaf het gebeuren naar jullie toe dat jullie, wat deze of gene fout of zwakheid betreft, op de proef kan stellen.

  • VRAAG: Vinden ook kanker of andere ongeneeslijke ziekten hun oorsprong in het geestelijke?

Vanzelfsprekend. Denk je dat een mens zo’n lot beschikt kan worden wanneer hij daar niet iets van te leren heeft? Is er ergens een gevolg zonder oorzaak? Het kan toch geen toeval zijn dat een mens door zo’n lot getroffen wordt als de kleinste dingen niet eens aan het toeval worden overgelaten. Maar het is een rechtvaardig en goedgunstig lot omdat deze mens anders niet of alleen na lange omzwervingen waarop de pijn misschien niet ineens maar geleidelijk aan moet komen, blijvend gelukkig en vrij kan worden. Hij heeft iets nodig dat hem eruit licht omdat hij anders steeds weer zou terugvallen. Het kan ook voorkomen en dat gebeurt vrij vaak dat een wezen vóór de incarnatie zelf zo’n zwaar lot kiest, in het besef dat de weg omhoog op die manier sneller te bereiken is.

Natuurlijk zijn deze tijden moeilijk maar niemand krijgt meer dan hij in staat is om te volbrengen. En wanneer een mens al een zeker niveau heeft bereikt, dan heeft hij daardoor ook grotere verplichtingen dan zijn zwakkere broeders. En hij zal dan zelf het meest profiteren van het vatten van de zin van deze beproevingen, van het leren van hen in plaats van, zoals zijn zwakkere broeders, nooit helemaal te begrijpen wat de bedoeling van de moeilijke tijden van het leven is. Hij zal juist door dit besef ook steeds minder onder de moeilijke tijden lijden want de vermeende zinloosheid van de mensen met nog minder zicht is misschien wel het zwaarst te dragen.

Daarom is het ook zo belangrijk om alle wetmatigheden van buitenaf tot je nemen zodat jullie deze leren kennen en begrijpen en ze in steeds diepere lagen van je bewustzijn kunnen doordringen. Want op die manier zullen jullie hen kunnen gebruiken als de tijden het moeilijkst zijn en bijgevolg zullen jullie je leven steeds beter leven. En wanneer bijvoorbeeld een familie wordt beproefd, heeft een ieder daar weer iets anders van te leren, iets dat past bij zijn karakter, zijn zwakke plekken.

  • VRAAG: De zielen in de diepte hebben vaak veel kwellingen te verduren. Anderzijds is Lucifer echter toch wel de slechtste van alle boze geesten en hij gaat niet door deze kwellingen heen. Hoe is dat met elkaar te rijmen?

Jullie mensen geloven altijd maar dat pijn het ergste is. Maar er is nog iets ergers, namelijk wanneer een ziel nog niet zover is dat hij de pijn kan ervaren. Met de pijn is men al een stap dichterbij God gekomen. Ik wil jullie graag uitleggen hoe het proces verloopt en – daaraan kunnen jullie ook de heerlijkheid van de gehele schepping herkennen – hoe de duisternis God uiteindelijk toch in de kaart moet spelen. Ik geef dit als voorbeeld: Lucifer heeft zijn handlangers en ook daar is sprake van een hiërarchie met machtige en minder machtige wezens. Krijgt nu zo’n machtige handlanger een opdracht die hij niet kan volvoeren, zoiets als dat het hem niet lukt om een mens van het rechte pad naar God af te brengen (op die manier heeft deze mens door zijn wil om niet voor de verleiding te bezwijken een bijdrage geleverd) dan verliest hij steeds meer macht totdat hij ten slotte in de situatie terechtkomt waarin hij zelf door die duivelse wezens gekweld wordt. En wanneer een wezen heel erg wordt gekweld, komt het beslist dichterbij God want juist dan verlangt het dikwijls naar God. Hoe verder het dus in de duivelse werelden “afdaalt” des te meer “komt” het in werkelijkheid “naar boven”. Hoe verder het wezen van de kwelling is verwijderd, des te onharmonischer is het innerlijk en Lucifer bevindt zich op grote disharmonische diepte. Hoe groter de kwelling echter is, des te sterker moeten de innerlijke stralen zich op elkaar afstemmen totdat het individuele wezen een keer zover komt dat het ook zonder kwelling de harmonie in zichzelf steeds groter kan laten worden.

Geen kwade geest, al is hij nog zo sterk, kan vat op iemand krijgen als hij dat niet toelaat. Op het ogenblik dat hij tegen zijn eigen lagere zelf vecht, beschermt hij zich volledig. Dat is precies wat jullie zouden moeten doen: meevechten! Dit mag men wel van jullie vragen. En ik laat jullie zien op welke wijze jullie zouden kunnen en moeten meevechten, met de zelfkennis, het in waarheid open zijn voor alles wat in jullie ziel aanwezig is voor het blootleggen van alle diep verborgen gevoelens om ze zo recht te zetten, te herzien, aan de goddelijke wetten aan te passen; met het verwijderen van alle voorwendsels en zelfmisleidingen. Dan zal niets duisters jullie ooit kunnen deren. Begrijp je dat?

Juist degenen die erg door het lot zijn getekend zijn vaak veel eerder in staat om hun beproevingen te doorstaan als zij ze nemen voor wat ze zijn en daaruit het nodige leren omdat zij hun kruis opnemen in plaats van tegen hun lot in opstand te komen.

Verder begaan jullie steeds weer een vergissing door te denken dat dood en pijn het ergste zijn. Ik bedoel daarmee de aardse dood, deze hoef je echt niet als straf te zien. De geestelijke dood die aan het einde van de weg van de minste weerstand staat, is het ergste.

  • VRAAG: Ik zou willen vragen of er een geestelijke dood bestaat en wat daarmee wordt bedoeld.

De geestelijke dood is het zich bewust of onbewust overleveren aan de duistere machten. Wanneer je je dus voor het rijk van God afsluit. Zo zijn er niet alleen geesten maar ook mensen die van God afgescheiden zijn, die zich niet in zijn orde laten opnemen omdat ze liever de weg van de minste weerstand volgen, liever toegeven aan de eigen zwakheden. Bijgevolg behoren ze toe aan het dodenrijk. Maar dit duurt in geen geval eeuwig.”

(Het einde van de lezing kwam niet meer op de band)


Lees de volledige lezing hier