Highlights & Notes
> Verstandelijk begrip is niet mogelijk als men de inhoud van voorafgaande lezingen, die een soort voorbereiding voor deze lezing vormen, niet kent.
> Het is [wel] mogelijk dat er een zaadje gezaaid wordt dat op een later tijdstip vrucht gaat dragen.
> Alleen wanneer je in het nu leeft, leef je in de werkelijkheid.
> Ik hoef niet te zeggen dat je het verleden niet precies over kunt doen net zomin als je je een toekomst voor kunt stellen en er in leven. Je eigen subjectieve kleuring, afkomstig van je verlangens en angsten, vervormt het beeld van de werkelijkheid en maakt je blind voor factoren die bestonden of nog zullen bestaan.
> Vanwege je vervormde ideeën en misvattingen ben je bang om je ziel deel te laten hebben aan de natuurlijke stroom van de tijd. Als je de tijdstroom, de weldadige kwaliteit van de beweging en de groei van de tijd zou vertrouwen, zou je jezelf kunnen toestaan om dit voorbeeld te volgen en zodoende je innerlijke vermogens in harmonie met deze stroom van de tijd kunnen brengen. Je zou dan de tijd niet hoeven te manipuleren door hem tegen te houden of vooruit te duwen.
> Je vertrouwt jezelf niet toe om het nu te beleven, wanneer de toekomst in aantocht is. Dit wantrouwen is vaak ten dele gerechtvaardigd vanwege je destructieve en onrealistische opvattingen en gedragingen, die vervulling in het nu verhinderen, wanneer dit nu zich aandient. Maar zowel het je terugtrekken in het verleden als op de toekomst vooruitlopen is de verkeerde remedie tegen deze belemmeringen. Je zoekt dan de weg van de minste weerstand in plaats van met datgene in jezelf aan de slag te gaan wat je ervan weerhoudt om zo voluit te leven als waartoe je van nature in staat bent.
> Om in het nu en in de werkelijkheid te leven heb je een scherp zicht nodig op wie je werkelijk bent. Maar al te vaak ontbreekt het daaraan. De meeste mensen ervaren zichzelf niet zoals ze werkelijk zijn.
> Ontdekken wat er is kan je nooit schaden. Niet zien wat er is, wel!
> Voordat ik over de identificatie met jezelf ga spreken, wil ik een paar uiterlijke tekenen noemen waaraan je misschien kunt herkennen dat je niet helemaal in de realiteit leeft. In zijn meest grove vorm is dat te zien aan het gegeven dat de meeste mensen voor zichzelf de dood niet als een realiteit ervaren. Jezelf als sterfelijk ervaren is niet negatief of ziekelijk, zoals je misschien ten onrechte denkt. Een realistisch besef van je eigen sterfelijkheid is nooit belastend.
> Wie zijn sterfelijkheid niet als een realiteit ervaart, is ook ziekelijk bang voor de dood.
> Want als jij je sterfelijkheid niet als werkelijk ervaart, kun je ook onmogelijk voelen dat je werkelijk leeft.
> Je ontdekt misschien op een vluchtige, vage en mistige manier, dat je houding voor wat betreft je handelen, je gedachten en gevoelens, gericht is op anderen: als anderen me zo eens bezig konden zien, me zien denken en zien voelen. Bij zo’n ontdekking merk je dat je je meer met anderen identificeert dan met jezelf. Je gevoel van werkelijkheid is dan van anderen afhankelijk. Je leeft via anderen.
> Door te proberen om op een geforceerde, opzettelijke manier aan deze toestand een eind te maken, maak je hem alleen nog maar erger omdat je je dan met mij in plaats van met jezelf identificeert. Je gehoorzaamt alleen maar aan een andere autoriteit. Je identificeert je alleen met iemand anders.
> In plaats van te proberen om je vervormingen direct te corrigeren, kun je ze ook als tekenen zien en als zodanig verwelkomen; tekenen die - wanneer je het eenmaal ontdekt - een rode draad, een duidelijk gemarkeerde weg vormen en je naar een diepere laag zullen leiden.
> Als een kind geboren wordt en tot kleuter opgroeit, is zijn ego nog zo zwak dat het zichzelf niet in stand kan houden. Het kind is, zoals we in ander verband besproken hebben, afhankelijk van de machtigere, sterkere wereld van de volwassenen. Iedereen erkent en begrijpt deze afhankelijkheid voor wat betreft het fysieke leven. Het kind is bijvoorbeeld afhankelijk voor wat betreft voedsel, onderdak en bescherming tegen gevaar. Maar de subtiele lichamen hebben hun eigen leven, dat volgens wetten verloopt welke erg veel lijken op die in de stoffelijke wereld. Het kind is niet alleen afhankelijk voor wat betreft zijn lichamelijke bestaan, maar ook voor wat betreft zijn emotionele, intellectuele en geestelijke bestaan. Net als voedsel heeft het kind ook liefde nodig. Het kan voor geen van beiden zelf zorgen.
> Liefde is essentieel in het leven. Maar het kind met zijn zwakke ego is echt afhankelijk. Een werkelijk volwassen mens is net zo min afhankelijk van anderen voor het krijgen van liefde als voor zijn lichamelijk bestaan.
> Evenzo is een kind niet in staat om zijn eigen ideeën en begrippen te vormen. Het kan geen onderscheid maken tussen rede, gezond verstand, logica en de tegengestelden daarvan. Het moet de ideeën en principes, die wegwijzers zijn bij zijn groeiproces naar volwassenheid, aangereikt krijgen.
> Alleen wanneer een kind opgroeit zal het, als die groei tenminste organisch verloopt, geleidelijk aan de banden met zijn ouders verbreken doordat het financieel op eigen benen gaat staan, het zijn vermogen om lief te hebben ontwikkelt en daardoor voor het krijgen van liefde niet afhankelijk van anderen is.
> Wanneer dit proces plaats vindt is er sprake van organische groei en wordt hij naar lichaam, ziel en geest echt onafhankelijk. De band van afhankelijkheid met de ouderlijke autoriteit wordt doorgesneden. De gezonde geest zal deze drieledige band doorsnijden.
> Maar de geest of ziel die gebukt gaat onder onopgeloste problemen verlangt er niet naar om die band door te snijden en zal – integendeel - zijn best doen om hem in stand te houden.
> Helaas heerst vaak het misverstand, dat emotionele onafhankelijkheid afzondering betekent, terwijl een passieve opstelling en een krampachtig vasthouden aan afhankelijkheid opgevat wordt als het vermogen om lief te hebben.
> De gerijpte mens staat uiterlijk en innerlijk op eigen benen en juist hierin ligt de mogelijkheid tot wederkerigheid, uitwisseling, betrokkenheid, geven en ontvangen, - kortom: tot relatie.
> Juist deze innerlijke en onbewuste weigering om de banden met de beschermende autoriteit te verbreken, betekent dat men zich met deze autoriteit identificeert.
> Met een ouder die je haat of veracht en zeker niet wilt nadoen, kun je je op een onbewust niveau ook identificeren.
> Het kan zelfs veel moeilijker zijn om de band met een ouder die men afwijst te verbreken dan de band met een geliefde ouder.
> Voor een kind is een positieve identificatie wenselijk. Voor een volwassene is een positieve identificatie vaak net zo ongunstig als een negatieve, omdat beiden de ontplooiing van het zelf verhinderen.
> De oorspronkelijke identificatie met de ouders wordt later vaak vervangen door identificatie met anderen die hun plaats innemen, zonder dat je bewuste zelf dat beseft. Zo’n identificatie bestaat niet alleen met personen, maar ook met groepen, nationaliteiten, religies en politieke partijen.
> Conformisme is in feite een gevolg van de behoefte om je met iemand die sterker is te identificeren. Je op die manier aanpassen of identificeren kan ook gebeuren onder het mom van non-conformisme en ogenschijnlijk individualisme. Maar als een dergelijk individualisme een overspannen indruk maakt en er teveel nadruk op wordt gelegd, is dat een aanwijzing dat men zich identificeert met en conformeert aan de groep van de zogenaamde ‘aangepaste’.
> Wie werkelijk onafhankelijk en vrij is hoeft daar niet mee te koop te lopen. Hij hoeft er ook niet strijdlustig over te doen. Daarom kan een rebellerende, zich niet-conformerende minderheidsgroep heel goed als vervanging van een identificatieobject dienen.
> Mensen kunnen zich ook met doelen vereenzelvigen. Hoe juist en goed het doel op zich ook mag zijn, als het dient ter vervanging van het je identificeren met jezelf, is dat schadelijk.
> De extreme vorm van zo’n identificatie met anderen vanwege een zwak en onvolgroeid ego is het je conformeren aan de openbare mening, het napraten van anderen en het overnemen van hun opvattingen. Maar dit komt in de een of andere vorm bij elk mens voor, alleen veel subtieler en daardoor moeilijker te ontdekken. Dat wil beslist niet zeggen dat het minder belangrijk zou zijn om ernaar op zoek te gaan en er bovenuit te groeien.
> Telkens wanneer je psychologische problemen en trekken in jezelf ontdekt waarbij je voelt dat je emotioneel op anderen leunt, kun je er zeker van zijn dat je op het goede spoor zit voor het gaan ontdekken dat je in een bepaald opzicht je zelfstandigheid nog niet gerealiseerd hebt.
> Telkens wanneer je die vage angst voelt dat anderen je niet zullen geven wat je nodig hebt en wat je van hen verwacht - of dat nu financiële hulp is, goedkeuring, liefde of geaccepteerd worden - telkens wanneer angstgevoelens opkomen, beschouw dat dan als een aanwijzing dat het hier om meer gaat dan om de natuurlijke behoefte van mensen aan onderlinge afhankelijkheid. Een gezonde afhankelijkheid van elkaar veroorzaakt nooit angstgevoelens, waar vaak weer andere negatieve emoties bij komen.
> Allerlei psychologische aspecten, zoals sussen, bedriegen, van jezelf vervreemden, enzovoort, zijn juist een aanwijzing dat je - op bepaalde gebieden althans - nog niet in staat bent om je met jezelf te identificeren. Zodoende heb je geen gevoel van werkelijkheid van jezelf. Dientengevolge kun je ook elk levensmoment niet ten volle ervaren. Waar en wanneer een dergelijk gebrek aan eigenheid - zo’n afhankelijkheid van anderen doordat je je met hen identificeert - aanwezig is, zul je beslist ook ontdekken dat je op de een of andere manier probeert om anderen te gebruiken.
> Je doet alsof je lief hebt terwijl je in werkelijkheid alleen maar behoeften hebt en de ander wil gebruiken, omdat je voelt dat je zonder dat zou verdrinken.
> In het nu leven is leven in de tijdstroom. In deze dimensie stroomt de tijd in een bepaalde beweging en met een bepaald ritme. Deze beweging kan vastgesteld worden door de seizoenen, in dag en nacht, in de stand van de planeten ten opzichte van de aarde en de stand van de aarde ten opzichte van de planeten, die allemaal voortdurend in de ruimte bewegen. Die bewegingen brengen bepaalde ritmische golven voort. In de loop der eeuwen heeft de mens iets van deze wetten van het ritmisch verloop van de tijd bespeurd, zoals bijvoorbeeld in de astrologie. Het begrip hiervan is tot nu toe nog maar heel beperkt. Maar iedereen weet en voelt het en drukt het zelfs vaak uit met woorden als het hebben van ‘goede tijden’ en ‘slechte tijden’.
> Een ieder die in zulke moeilijke tijden erin volhardt om van ganser harte in waarheid naar zichzelf te kijken, zal vroeg of laat op het punt komen waarop deze zogenaamd ‘slechte tijden’ - die letterlijk de uitingen van disharmonie zijn die de mens in zijn verhouding tot de tijdsdimensie geschapen heeft - hem zo’n overwinning en zo’n inzicht zullen verschaffen, dat hij de ritmisch neergaande lijn in de beweging van de tijd niet langer als een deprimerende, verwarrende of ongunstige periode zal ervaren. Want dan zal elk ogenblik, dat vol leven is en ten volle in de werkelijkheid van het nu wordt ervaren, op een vredige en harmonieuze manier voor avontuur en opwinding zorgen; het zal echt leven zijn, waardevol en vol levenskracht.
> Elke menselijke ziel herbergt een schat aan rijkdommen. Je hoeft er alleen maar om te vragen. Het is voor ons vaak pijnlijk om te zien hoe mensen de verkeerde kant opgaan om deze vervulling te zoeken. Ze hebben een vaag vermoeden dat hij bestaat en verknoeien letterlijk hun tijd door de oplossing en vervulling in de verkeerde richting te zoeken.
> Zo lang hij van deze vreemde levensbron afhankelijk blijft, moet hij allerlei zijpaden bewandelen die zijn ware zelf nog kleiner en zwakker maken.
> Elk mens heeft zo zijn eigen manieren om de macht in handen te krijgen en uit te oefenen. Het is aan een ieder van jullie om voor zichzelf uit te zoeken welke machtsmiddelen hij gebruikt; hoe bang hij is voor het niet beheersen van de situatie.
> Telkens wanneer je een dwingende behoefte voelt aan controle – over anderen, over een situatie, over een relatie – heb je een directe aanwijzing dat je je niet met jezelf identificeert. Als je naar deze neiging kijkt, en je deze kleine aanwijzingen en in het oog springende details als vertrekpunt voor verder onderzoek neemt, zul je niet alleen het schadelijke van deze innerlijke belemmeringen onderkennen, je zult ook beslist bij de kern van je opzettelijke zelfontkenning komen die je zoveel overbodige ellende bezorgt.
Lees de volledige lezing hier